
'Het was
een jachtige tijd,
waarin ik altijd wist hoe laat het was,
maar nu neem ik de tijd.'
'Kunt
u mij zeggen hoe laat het is,' vroeg ik aan de man in de coffeeshop
aan het tafeltje naast mij.
'Tien over tien,' antwoordde hij prompt, zonder op zijn kolossale
horloge te kijken.
'Zonder te kijken,' zei ik, 'Ik wilde wel eens zien hoe snel u de tijd
kon aflezen terwijl er maar één wijzer op uw horloge zit. Dat had ik
gezien.'
'Ik had een minuut geleden nog gekeken. Meestal kijkt men op de klok
om te weten hoe laat het níet is. Ik weet nu dat met wie ik een
afspraak had over tijd is, en heb ik opeens waarschijnlijk tijd te
over.'
'Is uw horloge misschien stuk?'
'Nee hoor, het werkt naar behoren,' zei de man. 'Het is een
Einzeigeruhr, zoals die tweehonderd jaar geleden werden gemaakt, maar
het is nieuw.'
Hij deed het af en liet het aan mij zien. MeisterSinger stond als merk
op de wijzerplaat.
'De wijzer,' zei de man, 'is de kleine wijzer maar dan groot
uitgevoerd. Omdat de onderverdelingen heel precies zijn kun je de tijd
aflezen, door digitaal te denken. Tussen de tien en de elf zit een
iets langer streepje een half uur en daartussen weer kwartieren. Tien
uur vijftien. De streepjes daartussen zijn steeds vijf minuten en de
ruimte daartussen kun je schatten. Tien uur zestien is het nu. Omdat
de verschillende horloges toch niet precies gelijk lopen maakt een
eventuele onnauwkeurigheid bij een afspraak ook niet meer uit. Als je
geen parkeerplaats kunt vinden ben je zó al vijf minuten later, of
zeg maar driehonderd seconden. Ik heb van mijn hang naar
nauwkeurigheid kort geleden afstand genomen. Zullen we nog een koffie
bestellen?'
'Het ziet er naar uit,' zei ik, 'dat ook ik voor niks zit te wachten.
We hebben nu de tijd voor onszelf nietwaar? Tijd heb ik overigens
altijd als een eindeloze lijn gezien van het verleden naar de
toekomst, in het perspectief van de oneindigheid, en absoluut niet als
een cirkel die bovendien in uren rond draait. Daar heb ik altijd grote
moeite mee gehad, omdat in de meting en de aanduiding van de tijd de
wijzer na het cijfer negen omhoog beweegt en na de twaalf de climax
weer afbouwt. Ik vind dat eigenlijk heel storend, die visueel
verwarrende cadans in een verschijnsel dat feitelijk lineair is. Het
wonderlijke dat er nog bij komt is dat het hectische van steeds
toeleven naar die climax niet meer speelt en het verglijden van de
tijd veel rustiger zal worden, gelijkmatiger dus. Dat systeem van de
rond draaiende wijzers, en dan vooral de grote wijzer, zorgt voor
onnodige onrust, ongewenste onrust, of zeg maar hysterie. Dat een dag
wordt afgerond in twee maal een cirkel vind ik wel erg passend.'
Koffie. De edelstalen achterkant van het horloge was van glas en gaf
een briljant doorzicht op het stralende mechaniek met zeventien
juwelen. Op de rand de tekst: MEISTERSINGER
GERMANY - EDELSTAHL - WASSERDICHT 30 M - MODELL SCRYPTO AM3.01 0,0294.
Op de witte wijzerplaat stond onder de wijzer 1Z
en MECHANIK.
'Het is echt een talking piece,' zei ik. 'Hebt u wat met horloges, of
met de tijd?'
De man kwam tegenover me zitten en wij stelden ons voor. Ik gaf het
horloge terug.
'Daar kan ik kort of lang over zijn,' zei hij, 'en het wonderlijke is
dat het verhaal dan ook nog kort of lang kan lijken,
afhankelijk van hoe boeiend je de inhoud vindt. Dat heeft me altijd
geboeid, dat de beleving van de tijd zo persoonlijk is. Klokken en
horloges heb je nodig om afspraken te synchroniseren en om niet uit te
lopen met waar je mee bezig bent. Op school duurde een ochtend of een
middag eindeloos lang, omdat ik het vreselijk vervelend vond, oneindig
uitzichtloos. Ik praatte daar met mijn vader over, die me een oud
horloge van hemzelf gaf. Toen ik wat ouder was dacht ik in een boek
over Einstein de verklaring te vinden. Omdat tijdsduur voor iedereen
anders is kreeg ik steeds meer de behoefte om uit te gaan van wat op
onze aard als absoluut wordt beschouwd. Maar eerst zeurde ik over die
eindeloze dagen op school. Van mijn vader kreeg ik zijn oude horloge,
met een band die onder de kast doorliep, heel stevig en uniek in die
tijd. Zo'n band heb ik lang niet meer gezien. Nog niet zo lang geleden
zag ik het horloge terug op een schoolfoto, over de manchet van mijn
rendierentrui. Ik werd getroffen door het gevoel waarmee ik toen al
voortdurend op zoek was. Zal ik daar zo mee gelopen hebben? Daarvan
kon ik geen beelden meer voor ogen krijgen. En jij dan?'
We tutoyeerden elkaar.
'Het eerste horloge dat ik kreeg op een verjaardag was doorzichtig,
niet alleen aan de achterkant maar ook aan de voorkant. Dat was
fascinerend. Maar ik vond het ook wel vreemd, omdat ik het nooit
ergens in een etalage had gezien.'
'Avant la lettre. Je vader zal er wel iets bijzonders in gezien
hebben.'
'En verder?'
'Toen kreeg ik het zilveren zakhorloge dat m'n vader van de
burgemeester had gehad, als beste van de lagere school. Met sierlijk
zijn initialen in de achterdeksel gegraveerd. Nu vind ik het jammer
dat ik hem niet gevraagd had hoe dat allemaal is gegaan. Er zat geen
zilveren ketting aan. Dat zag ik als een gemis. Maar het was wel
indrukwekkend, met een inscriptie in de achterdeksel. Ik draaide een
koordje van blauwe wol. Als een deftig mannetje haalde ik het
tevoorschijn als ik zogenaamd wilde weten hoe laat het was.
Had
mijn vader dit waardevolle kleinood gegeven als aanmoediging om het
succesvolle voorbeeld te volgen en ook de beste op school te worden?
Tot dan toe zat dat er helemaal niet in. Het is duister en vaag of
deze stimulans zelfs een averechts effect heeft gehad, of dat ik door
een heel andere inspiratiebron de tegenovergestelde kant op werd
getrokken. Ik deugde wel, als ik nu terug kijk, maar ik wilde niet
leren. Ik was een eigenzinnige dromer. Het hangt in een stolpje op de
boekenplanken boven m'n bed.'
Inmiddels
konden we wel vaststellen dat onze dates niet waren komen opdagen.
Opeens was er een gat in de dag ontstaan, voor een verrassende
kennismaking, voor een aardige andere ontmoeting, voor een onverwacht
interessant gesprek. Tijd zat.
'Waar gaat dit gesprek over, horloges, tijdmeting of relativiteit?'
vroeg ik. 'Ik zou wel eens willen weten waarom of waardoor je hebt
besloten dit zonnewijzerhorloge te kopen.'
'Ik zie opeens,' zei de man, 'dat het gaat om een rode draad,
misschien wel een leidraad in mijn leven. Om daarvan te vertellen aan
een vreemde man in een café, met herinneringen aan horloges als
tijdspad is wel heel erg persoonlijk. Maar praten over horloges tegen
de achtergrond van mijn maatschappelijke ontwikkeling lijkt me niet zó
link dat dit te ver zou gaan. Om te beginnen was de aanleiding van ons
gesprek de MeisterSinger Z1 om mijn pols. Daarover kan ik vertellen
dat de aanschaf daarvan een keerpunt in mijn leven was. Nee dat moet
ik anders zeggen. Op een keerpunt in mijn leven ontdekte ik dit
horloge als een metafoor voor evolutie van mijn leven. Een jaar of
twintig geleden maakte ik een draai, realiseer ik me opeens, met het
horloge van Victor IV, maar als je hier tijd voor hebt, zou ik willen
voorstellen om een feestelijke appelpunt te bestellen bij nog eens een
koffie.'
Het was voller geworden bij De Joffers. Koffietijd voor de jonge
moeders die komen aanrijden of bakfietsen van De Fietsfabriek. Ons
tafeltje ligt vol met virtuele horloges.
'Ik heb alle tijd,' zei ik. 'Als het een interessant gesprek is kost
het geen tijd. Vertel maar over de horloges die je al een beetje hebt
uitgestald.'
'Ik heb de horloges die ik heb bewaard in gedachten op een rij
gelegd,' zei de man, 'Er zijn er meer geweest, maar als ik die ben
vergeten, had ik daar wel een reden voor. De Doxa bijvoorbeeld, was ik
bijna vergeten. Die heb ik een tijd gedragen. Zag ik in een
advertentie in Colliers magazine, en trof me door het ijle, strakke
design. Dat was ver voordat Georg Jensen op de markt kwam. Zonder
cijfers, vierkant met ronde hoeken, slanke wijzers. Opmerkelijk fraai
voor een jongen als ik. Eigenlijk heb ik dat heel lang gedragen, een
jaar of tien. Het was een schoonheid en ik keek vaak op m'n horloge om
even een signaal op te pikken van buiten onze deprimerende wereld om
mij heen. Is dat niet de functie van elk sieraad? In de Amerikaanse
advertenties werd het design als graphic betiteld en ik vond het 't
mooiste horloge in de wereld. Na een tijdje begon ik te zien dat de
rondgang van de tijdwijzers eigenlijk op een waanzinnige manier
clashte met de vierkante vorm van de kast. Dat je niet precies kon
zien hoe laat het precies was vond ik wel poëtisch. Ik zette het
gelijk om twaalf uur met de radio of de telefoon. Als ik nu aan de
Doxa terugdenk dan zie ik nu opeens dat mijn latere hang naar precisie
ook het gevolg was van de omstandigheden en veranderende interessen in
mijn leven, nieuwe ervaringen, en ontwikkelingen in de techniek. Een
vriend van mij deed een cursus horlogemaker, maar we praatten daar
nooit over. Ik weet niet eens hoe al die onderdelen heten. Precisie
sprak mij steeds mee aan, maar niet de techniek waarmee die bereikt
werd. Op de dag dat ik in de Amerikaanse Colliers een advertentie zag
voor de Bulova Accutron, het elektrische stemvorkhorloge, ben ik die
meteen gaan zoeken. In die tijd was de Accutron nogal kostbaar, voor
mij althans, maar ik heb geen seconde getwijfeld of ik die uitgaaf zou
kunnen doen want ik wilde binnen stappen in die nieuwe hi-tech
wereld.'
Een langslopende blonde boog over de tafel heen en tikte op het
horloge van mijn tafelgenoot, zeggende: 'Tijd niet gezien Jan!' Ze
glimlachten beiden. Zij liep door naar de kassa om daar af te rekenen.
'Het Doxa-horloge gaf ik aan een schoolvriend die daar al een hele
tijd scheef naar had gekeken. Wat direct in het oog sprong bij de
Accutron was dat er geen opwindknop aan zat, geen kroon aan de
strakke, sierlijke erg ronde kast. Het frame waar de techniek in
schuil ging was groen. Twee miniatuur spoeltjes waardoor de stemvork
aan het trillen werd gebracht hadden een stralende koperkleur. In die
tijd gaf het de tijd aan met de voor een horloge toen hoogst
bereikbare nauwkeurigheid. De Accutron werd meteen na de introductie
door de Amerikaanse spoorwegen de officiële tijdmeter voor het
personeel. Dat hoorde ik pas jaren later en bestelde het bij een
horloger die het speciaal voor mij importeerde. De Railway versie had
een wijzerplaat met typische vierkantige maar wel fraaie cijfers maar
de kast was van goedkoop aandoend doublé, een groot contrast met de
functionaliteit voor de machinisten. Dat stond mij al direct tegen
maar de wijzerplaat is prachtig. Als ik het een dag draag hoor ik
geregeld de luchthoorn van the a-train. Als de batterij op is laat ik
er nog steeds een nieuwe in zetten. Al mijn horloges liggen stand-by.
Verveel ik je nog niet? Hoe laat is het wel niet?'
De tijd was voorbij gevlogen. We bestelden soep met stokbrood. Er kwam
een jonge man de coffeeshop binnen die Jan hartelijk groette.
'Dat is Stephen van QP, de horloger aan de overkant. Die heeft de
meest exclusieve modellen die je je maar wensen kan. De Bentley van
Breitling en de Spyker van Chrono Swiss, en top of the line de Van der
Gang, heel unieke klokken.'
'Ik ben dit gesprek gaan zien als een interview,' zei ik, 'dat lijkt
me het beste, omdat ik op die manier rustig maar actief kan luisteren
zonder het gevoel te krijgen dat dit gesprek erg eenzijdig is. Wat
betekent QP eigenlijk?'
'Ok, okay, als je het maar naar je zin hebt,' zei Jan. 'We hebben nog
even de tijd is het niet? QP betekent Quantième Perpétuel. Het is
een horlogetype, een kwalificatie eigenlijk, en de naam staat voor
zoiets als doorlopende eeuwigdurende tijd. De beste merken hebben zo'n
type uurwerk in de top of the line. Breitling heeft een prachtige
klok, en Zenith gaat een extreem kostbare QP lanceren, way out on top,
zoals IWC ook aan de top QP modellen heeft.'
'Hoe lang is het geleden dat je de Accutron kocht,' vroeg ik.
Heerlijke soep. 'En wat kwam er daarna? Want ik neem aan dat het daar
niet bij gebleven is.'
'Tja, dit wordt toch een stukje memoires. De Accutron kocht ik in '62.
Een paar jaar later kocht de vriend die vrijetijdshorlogemaker was en
ook ingenieur en bemiddeld genoeg om voor de aardigheid te kunnen
vliegen, kocht een Rolex AirKing en zei tegen mij dat ik er ook een
kopen moest, zodat we samen konden vliegen. Zulke jongensavonturen was
ik wel voor in. Voor mijn vrouw kocht ik een damesmodel en zo was
iedereen tevreden. De Rolex AirKing was een automaat. Die heb ik lang
gedragen. Ik liep vaak langs Kiek in de Kalverstraat, ach ik kwam
eigenlijk op mijn wandelingen door de stad langs veel horlogewinkels,
en zo kocht ik bij Kiek een Elka Watch Stopwatch, om videoshots te
timen, en een Elka Watch Spoorwegzakhorloge voor de aardigheid. In
Esquire zag ik een afbeelding van een Girard-Perregaux die ik zó
fantastisch vond dat ik meneer Kiek vroeg die voor mij in Frankrijk te
bestellen. Mooi grijze wijzerplaat met in plaats van cijfers in
diameter oplopende zwarte schijfjes, met de wijzers in de zelfde kleur
grijs, met witte puntjes op de uiteinden, heel geraffineerd fraai. Heb
ik nog steeds. Achter mijn kantoor zat een horlogewinkel, Bobb, waar
ik elke dag wel minstens één keer voor de etalage stond. Die was
gespecialiseerd in dure, mooie occasions. Daar kocht ik een Rolex
Daytona, een nieuwe; machtig mooi. Maar na herhaaldelijk kijken hoe
laat het was begon ik de rand van de tagimeter te zien als een
afterthought, en zag ik de hele kast als een onharmonisch design. Bob
had me verteld dat hij voor zulke horloges in Italië hoge prijzen kon
krijgen en dat was voor mij een mooie uitweg want voor het
aankoopbedrag kon ik de Daytona ruilen voor een nieuwe IWC Pilot
Watch, niet de oorspronkelijke die je over de manchet van je vliegjack
draagt, maar onder je overhemdmouw in een airconditioned cockpit.
''You got hooked I presume,' zei ik.
'Yeah, I got hooked, that's for sure,' zei hij. 'Ik kocht een boek
over horloges, en nog een, en zat dat met een half oog door te nemen
bij de tv, als ik dus toch niks anders zat te doen. In Düsseldorf
kocht ik een IWC Titan, van titanium dus, een absurd grote kast, maar
heel gaaf, door Porsche ontworpen, met een strak vlak saffierglas.
Maar te zwaar om te dragen. Een chronograaf. Daarna kocht ik zelfs een
heel dik boek over IWC. Toen ik dat had doorgenomen kocht ik bij Van
Willegen in Rotterdam een IWC Ingenieur. En dat is jarenlang mijn
favoriet geweest, mijn lievelingshorloge zogezegd. Tot op de dag dat
ik de MeisterSinger kocht heb ik dat veel gedragen, hoewel ik toch gek
was op een aantal andere horloges waar ik veel van hield, zoals mijn
Breitlings.'
Buiten regende het. Jan had er veel aardigheid in om dit allemaal te
vertellen, en ik vond het spannend om te horen, maar ging dit niet te
ver? Er zouden vermoedelijk nog veel horloges volgen, maar ik zou ze
ook wel willen zien.
'Ja, ik zie het,' zei Jan, 'het is een beetje gruwzaam weer geworden.
Kan ik je ergens naar toe brengen?'
Ik was lopend en hij met de auto, die bij een parkeermeter stond die
toch ook bijna was afgelopen. Jan bleek dicht bij mij in de buurt te
wonen, en toch nooit gezien.
'Waarom ga je niet even met mij mee naar huis,' zei hij, 'dan kan ik
je de horloges laten zien, als je dat interesseert tenminste. Je zou
kunnen denken dat ik alles fantaseer.'
'Ik heb veel fantasten meegemaakt,' zei ik, 'maar daar had ik niet aan
gedacht. Het is goed dat je het vraagt, want bij veel modellen en
typen heb ik geen beelden.'
Van Gent stond er op het naamplaatje. Dat hij hier woont was al niet
gefantaseerd. In de keuken, het eerste inkijkje vanuit de gang, hing
een heel grote zwarte wandklok met witte cijfers in een schabloontype,
de 12 in spiegelbeeld, de 1 ook, alles cijfers waren in spiegelbeeld,
de hele wijzerplaat. Bulgar Time Amsterdam.
'Wel handig,' zei ik, 'als je wil weten of dokter Phil al is
begonnen.'
'Mijn schoonzoon had het direct door,' zei Jan. 'Als je je voorstelt
dat je de klok in de spiegel ziet, zie je ook direct hoe laat het is.
Met de horloges is het wat ingewikkelder. Wil je koffie?'
'Laten we naar de coffeeshop gaan,' zei ik lachend.
Hij gebaarde me te gaan zitten in de woonkamer. Zelf ging hij weer
naar de keuken en liep door naar een andere kamer in de flat, kwam
terug met een plateau met horloges, pakte er een van af en gaf dat aan
mij. Bulgar Time.
'Dat is ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar Victor IV,' zei Jan.
'Het horloge zat in een uitsparing in een boek met werk van de
kunstenaar dat ik zo vlug niet zal kunnen vinden.'
Jan had inderdaad koffie gemaakt. Op de tv stond een groot schaalmodel
van een vliegtuigklok.
'Deze klok loopt heel nauwkeurig maar bovendien krijgt ie de hele dag
door een radiosignaal met de atoomtijd vanuit de universiteit van
Meinflingen bij Frankfurt, en 's nachts een lange golf tijdsignaal
waardoor de klok nog eens wordt gesynchroniseerd met de interne
quartz-tijd.'
Naast de boekenkast hangt een Junghans radiosignaal wandklok. De
secondewijzers van beide klokken bereikten gelijk de twaalf. Jan legde
vier Breitlings op de lage, marmeren koffietafel, een Navitimer, een
Aerospace, een Yachting Breitling en een klassieke Top Time, zo te
zien uit de vijftiger jaren, maar wel de mooiste.
'Dat lijkt nu wel een hele collectie,' zei Jan, 'maar als je in de
loop van de jaren niets wegdoet, en dan moet je rekenen een kleine
vijftig jaar, dan wordt het een heel kistje. De Navitimer vind ik een
van de allermooiste tijdmeters. De buitenring is een rekenliniaal, en
een nauwkeurige stopwatch, je kunt er van alles mee uitrekenen, zoals
ook het omrekenen van zeemijlen en ook landmijlen in kilometers tot
zelfs je brandstofverbruik. Het is een beetje een navigatie-instrument
uit de luchtvaart. De Aerospace is een bijzonder verhaal apart. Het is
werkelijk uitzonderlijk prachtig van vormgeving en van uitvoering en
van techniek. Het ligt naast m'n bed als wekker. Als ik naar Amerika
ga draag ik het daar omdat er digitaal een tweede tijdzone in zit. Er
zit een digitale aftelmodule in en een stopwatch, en een wekker dus.
Het materiaal is titanium, cool, en de kleur daarvan wordt ik warm
van. De Yachting Breitling noem ik maar zo hoewel er een
kleurenindicatie is voor drie seconden. Dat moet ik nog eens opzoeken.
Ik heb het gekocht als een herinnering aan een niet gerealiseerde
ambitie. Wel heel vrolijk met die oranje wijzers en die rooie en
blauwe segmenten op de buitenring. De Top Time heeft een rare naam,
maar dat vind ik buitengewoon gave, strakke chronograaf, echt een
technische tijdmeter zonder modieuze trekjes, ver van een sieraad en
daardoor juist zo aantrekkelijk.'
'Geen Omega,' stelde ik vast.
'Ik had een Omega,' zei Jan. 'Een tribute aan de maanlanding, met een
medailleachtige achterdeksel, met een speciaal doosje, maar na een
tijdje werd ik door het commerciële geïrriteerd en heb het weer
verkocht of geruild.'
Boven op de boeken stond een Bell X1, het oranje raketvliegtuig dat
als eerste door de geluidsbarrière vloog. Spitfires in verschillende
schaalgrootten waarvan er een met een ontmantelde motor alsof ie in
revisie was en dan overal grote automodellen, alsof dit een
jongenskamer was. Van sommige merken complete series. Tussen de auto's
een koperen klokje op een sierlijke standaard. Op de wijzerplaat
Waltham Hudson Super Six.
'Daar heb ik ook nog een armbandhorloge bij,' zei Jan.
Op het plateau lagen nog verschillende horloges die Jan bij De Joffers
niet genoemd had, een sierlijk Waltham horloge, een stoere, stevig
uitziende Aquastar, een elegante Hamilton, een robuuste, eenvoudige
Hamilton in legeruitvoering. En een heel aparte goudachtige Barclay
met een rooie stip die de dag aangeeft, een bekoorlijk dameshorloge.
Tussen de boeken ontdek ik nog een bureauklok van Mondaine, een
verkleining van de Zwitserse stationsklok die op de twaalf een seconde
stil staat.
'Leuk op de plank,' zei Jan, 'als je het horloge hebt. Kijk, de grote
uitvoering met de datum extra groot.'
Hij liet het zien, alsof hij het achter de hand had en er op
voorbereid was. Op het glazen bureau in de zitkamer, tussen twee
modellen van een Lancia Fulvia, een racer en een recent prototype,
stond een stolpje met een zilveren zakhorloge. Op een roestig kastje
lag bij een Spitfire een gigantische pilot watch. Zonnetje brak door,
mooi voor een foto. Daarna zette ik de stolp met het horloge van Jan's
vader op die plek, en legde het éénwijzerhorloge er voor.
'Ja, dat is het,' zei Jan. 'Er staat geen merknaam op, maar ik heb
achterhaald dat het een Laco is, van Lacher & Co, gemaakt voor de
Luftwaffe.'
Sober, koud grijs, met een grote kroon, van lang geleden, maar
ongeschonden, stand-by om zó weer de lucht in te gaan. Of het liep
ruim een uur voor of het was al laat.
'Quantième Perpétuel,' zei ik. 'Ce n'est pas une qualité négligeable.
Ik zie je leven weerspiegeld in de wijzerplaten.'
'Door de afspraak die niet doorging,' zei Jan, een hand op mij
schouder leggend, 'ben ik geen tijd verloren, want door onze
ontmoeting heb ik de tijd ruimschoots beter benut. Ik heb een jachtige
tijd doorgemaakt, zeker de laatste jaren van mijn leven, waarin ik
altijd wist hoe laat het was, maar waarin ik veel tijd heb verloren
door die niet goed te besteden. Nu het nog nèt niet te laat is heb ik
geleerd de tijd te nemen voor alles waar ik echt wat aan heb.'
Hans Arend de Wit